#

Van Mierlo is dood: Terlouw is springlevend

04 Feb 2014

Voor wie het gemist heeft, enkele dagen geleden stond in het NRC een stuk van Arnout Maat, bestuurslid van JD Amsterdam, met de titel: ‘D66?ers, doe niet zo elitair, word weer eens populistisch’. Inmiddels is ook op Geenstijl een stukje over het artikel verschenen. Persoonlijk ben ik het grotendeels met Arnout oneens en krijg de indruk dat zijn stuk voornamelijk is gebaseerd op het hanteren van twee verschillende definities van populisme. Arnout Maat gebruikt een positieve definitie van populisme, terwijl de meeste D66’ers een andere, negatieve definitie gebruiken. Ondertussen gebruikt Arnout Maat naar mijn idee een definitie van ‘elitair’ die geheel onterecht uitgesproken negatief is. Zijn pleidooi slaat de plank dan ook volledig mis. D66 moet niet (opnieuw) populistisch worden maar trots zijn op haar elitaire aard. 

Voor wie het gemist heeft, enkele dagen geleden stond in het NRC een stuk van Arnout Maat, bestuurslid van JD Amsterdam, met de titel: ‘D66?ers, doe niet zo elitair, word weer eens populistisch’. Inmiddels is ook op Geenstijl een stukje over het artikel verschenen. Persoonlijk ben ik het grotendeels met Arnout oneens en krijg de indruk dat zijn stuk voornamelijk is gebaseerd op het hanteren van twee verschillende definities van populisme. Arnout Maat gebruikt een positieve definitie van populisme, terwijl de meeste D66’ers een andere, negatieve definitie gebruiken. Ondertussen gebruikt Arnout Maat naar mijn idee een definitie van ‘elitair’ die geheel onterecht uitgesproken negatief is. Zijn pleidooi slaat de plank dan ook volledig mis. D66 moet niet (opnieuw) populistisch worden maar trots zijn op haar elitaire aard.

In de eerste zin van het artikel staat de volgende, nogal generaliserende maar deels terechte observatie: “Populisme, er rust nog altijd een onredelijk taboe op. Met name D66’ers hebben er de mond van vol: een moreel superieure afschuw ten opzichte van het populistische discours waarin Geert Wilders en de zijnen zich in begeven.”

Vervolgens wordt aangegeven wat populisme eigenlijk inhoud, ofwel, wat het letterlijk zou moeten betekenen volgens een (wetenschappelijke) woordenboekdefinitie. Daar kun je over discussiëren, maar men moet begrijpen dat de betekenis van een term of begrip ontstaat in de context en manier waarop die term in de praktijk wordt gebruikt. Er worden twee criteria genoemd die een essentie in het begrip populisme zouden moeten vatten. Het tegenover elkaar stellen van volk versus elite en het idee dat politiek een voortdurende expressie van volkswil zou moeten zijn. Dit is het soort populisme dat D66 volgens Arnout zou moeten omarmen.

Naar mijn idee is een dergelijk populisme echter niet de bron van de ‘moreel superieure afschuw’ die sommige D66’ers eventueel zouden kunnen hebben jegens de PVV. Die afschuw richt zich naar mijn idee met name op Wilders soms tamelijk onbeschofte manier van spreken over bepaalde groepen mensen. ‘De fascistische Koran en de barbaar Mohammed’ en de ‘kopvoddentaks’ zijn treffende voorbeelden. Daarnaast bestaat bij veel D66 ergernis over de simplistische toon van Wilders: het constant doen alsof alle problemen in Nederland het resultaat zijn van een kwaadaardige vijand die direct kan worden bestreden. Het is het constante ‘wij’ versus ‘zij’, dat zich niet noodzakelijk alleen richt op de (politieke) elite en Brussel, maar ook op moslims en Oost-Europeanen, dat een overdreven eenvoudige en misleidende voorstelling geeft van de oorsprong van tal van problemen waar wij in de land mee kampen. Dit is wat D66’ers, naar mijn idee, verafschuwen. Dit is wat in ‘onze kringen ‘ tegenwoordig wordt aangeduid als populisme en niet de twee criteria van Arnout Maat.

Aan het eind van het stuk wordt bepleit dat D66 een meer populistische koers zou moeten varen in de zin van de twee eerder genoemde criteria. Dit zou zich dan moeten uiten in het meer inzetten op de oude kroonjuwelen als het correctief referendum, het afschaffen van de monarchie en het direct verkiezen van burgemeesters en de premier. D66 was namelijk volgens Arnout Maat van oorsprong populistisch. Voor die claim valt, onder de definitie van populisme die in het stuk wordt gegeven, wel iets te zeggen. Wat het echter niet wil zeggen is dat dat een reden is om naar een dergelijk populisme terug te keren.

Arnout Maat verlangt terug naar het D66 van Hans van Mierlo. Veel huidige D66’ers, waaronder ikzelf, zijn echter lid geworden van wat we dan maar zullen aanduiden als het D66 van Jan Terlouw. Ja, ik ben ook voorstander van bepaalde democratische vernieuwingen, maar nee, daar houdt het voor mij niet mee op. De reden dat ik lid ben geworden van D66 is juist dat aspect aan de partij dat Arnout Maat met een hoop morele superioriteit aan de kant zet als het ‘elitaire’. D66 is een partij met een relatief complexe ideologie met veel mitsen, maren en nuances die we bij gebrek aan beter aanduiden als sociaalliberaal. D66’ers zien de wereld als een complex samenspel tussen individuen en groepen. Een ingewikkeld systeem dat je niet verbeterd door het in te richten via de dogma’s van het socialisme of liberalisme, maar waar pragmatiek en maatwerk geboden zijn. 

Als een partij met een doordachte totaalvisie op de maatschappij komt die niet in één zin te vatten is; wanneer daarbij altijd ruimte is voor een pragmatische aanpak en als die partij ondertussen pal voor onze grondrechten staat; als dat volgens Arnout Maat een elitaire partij is, dan is dat maar zo. Van Mierlo is dood, maar Terlouw is nog springlevend. Het populistische DNA van D66 is via Jan Terlouw volwassen geworden. D66 is niet langer een one-issue partij die enkel democratische vernieuwing wil regelen. D66 is een partij met een totaalvisie op de samenleving in het midden van het politieke spectrum die hard nodig is.

Als er voor zo’n partij volgens Arnout Maat maar maximaal 15 zetels vallen te halen, dan mogen we er blij om zijn dat D66 zo pragmatisch is ingesteld dat ze via akkoorden toch nog erg veel voor elkaar weten te krijgen.  Natuurlijk kan D66 proberen om haar boodschap iets populistischer te verkopen en toegankelijker te maken voor mensen die niet aan een universiteit hebben gestudeerd. Maar als dat ook maar een heel klein beetje ten koste zou gaan van de inhoud, dan zie ik liever een D66 dat gewoon elitair blijft en daar trots op is.

Categorie: Weblog